(1) It’s easier to imagine the end of the world than the end of
capitalism. Er steekt meer achter deze marxistische soundbite van de
Sloveense filosoof Slavoj Žižek dan je zou denken. Nergens is beter te
merken dat de aarde langzaam richting de eindtijd schuifelt dan op de
5 Malediven. Ontspoord kapitalisme zal de hagelwitte stranden tot zinken
brengen. (2) Deze eilandengroep in de Indische Oceaan staat hoog op
het lijstje van globetrotters en luxereizigers die op zoek zijn naar
“ongeëvenaarde luxe, verbazingwekkend witte zandstranden en een
geweldige onderwaterwereld” – “de gezonken tuin van de natuur” is “
10 een voor de hand liggende keuze voor een vakantie die je een leven
lang bijblijft.” Ik citeer hier de Lonely Planet en hoewel het proza
van deze reisgids in staat zou zijn om zelfs de Gazastrook nog op te
leuken (“de lokale bevolking is erg gepassioneerd”) moet gezegd
worden: die Malediven zien er allemachtig mooi uit. Een paradijs op
15 aarde. Witte stranden, helder water, palmbomen en vrijwel geen mensen.
Het oogt boven alles heel … puur. (3) Wanneer je foto’s van de
Malediven bekijkt, is de kans groot dat je naar beeldmateriaal van de
verschillende resorts kijkt. De Malediven bestaan uit 1190
koraaleilanden, waarvan er ongeveer tweehonderd bewoond zijn. Een
20 slordige honderd onbewoonde eilanden wordt geëxploiteerd als hotel.
Als vuistregel geldt: één eiland, één resort, iets wat de Malediven
een unieke en daarmee ook populaire vakantiebestemming maakt. (4) Het
is dus geen verrassing dat het toerisme de motor van de landelijke
economie is, sinds de Malediven begin jaren zeventig als
25 vakantiebestemming werden ontdekt. Toerisme is inmiddels goed voor 28
procent van het bruto nationaal product en voor maar liefst 90 procent
van de belastinginkomsten van de overheid. Het overgrote deel van de
gegenereerde welvaart komt echter niet bij de eilandbewoners terecht,
maar wordt teruggepompt in de immer uitdijende toerisme-industrie. Of
30 het vloeit weg naar buitenlandse hotelketens en
vliegtuigmaatschappijen die in dit tropenparadijs de marktkraam
uitstallen. Ze zijn trouwens van plan dat de komende jaren alleen maar
meer te gaan doen. Toerisme is met ongeveer 1,3 miljoen bezoekers per
jaar weliswaar de grootste werkgever op de Malediven, maar dat is
35 nader beschouwd ook weinig opbeurend: het maandloon van
doorsneepersoneel ligt zo tussen de 80 en de 235 dollar, tien tot
dertig procent van het bedrag dat een gemiddelde toerist uitgeeft in
acht dagen. En dit is nog maar een fractie van de ellende. (5) Je kunt
de Malediven alleen per vliegtuig bereiken. Tussen de eilanden en
40 resorts kun je je het beste verplaatsen met een speedboot of een
kleiner vliegtuigje. Een deel van het voedsel in restaurants moet
worden ingevlogen, net als sommige chef-koks; wie gaat anders die
kogelvis klaarmaken? De gemiddelde toerist is goed voor 3,5 kilo
45 afval per dag. Dat is twee keer zoveel als een inwoner van hoofdstad
Malé (het enige echt urbane gebied op de Malediven) produceert en vijf
keer zoveel als de rest van de eilandbewoners. Voor al dit afval is er
gelukkig een oplossing: Trash Island of Rubbish Island , ook
Thilafushi genoemd. Dit eiland, een door de mens gemaakte drijvende
50 vuilnisbelt, groeit met een vierkante meter per dag. Er wordt
dagelijks zo’n 330 ton afval gestort, voornamelijk afkomstig uit de
nabijgelegen hoofdstad. Dit wordt vervolgens verbrand, waarbij dikke
kolommen rook de atmosfeer in worden gestuurd. Initiatieven voor
ecotoerisme op de Malediven bestaan, maar zijn een druppel op de
55 gloeiende plaat. (6) Klimaatverandering is een voor de hand liggend
gevaar voor de Malediven, waarvan het grootste deel nauwelijks boven
de zeespiegel uitstijgt. In de jaren tachtig werd al voorspeld dat de
Malediven op den duur zouden verdwijnen, als een 21e-eeuws Atlantis.
Dit is nog niet gebeurd, wat dankbaar wordt aangegrepen door
60 klimaatsceptici – een concrete ramp blijft als het ware uit. Dit heeft
niet in de laatste plaats te maken met het robuuste ecosysteem van de
atollen: een groot deel ervan is dynamisch en verplaatst zich tijdens
de moesson; in het gebied komen wel stormen, maar geen tyfoons voor;
en de eilanden zijn zelfs tsunami-proof , door de diepte van de
65 omliggende oceaan en het koraalrif als natuurlijke golfbreker. Daarom
is het des te schokkender dat inmiddels alsnog een goede negentig
eilanden zijn verdwenen. (7) De Malediven zullen niet ten onder gaan
op een spectaculaire, apocalyptische manier zoals we die kennen uit
Hollywood-rampenfilms. Het gebeurt geleidelijk, sterker nog, het ís al
70 begonnen. In eerste instantie zullen de bewoonde eilanden meer en meer
overstromen door de aantasting van het ecosysteem en het langzaam
stijgende water. Het leven wordt, kortom, moeilijker en onaangenamer
voor de mensen die er niet op vakantie zijn. Nu is het niet mijn
bedoeling om een zuurverdiende vakantie naar een tropisch paradijs te
75 verzieken (vooruit, een beetje), maar het verhaal van de Malediven
vertelt ons, denk ik, iets anders. Het zou immers geen zier helpen als
we niet meer hiernaartoe op vakantie zouden gaan. En dat is juist de
kern van het probleem. (8) De Malediven zijn economisch afhankelijk
van juist datgene wat het land op den duur de das om zal doen. Stoppen
80 met naar de Malediven op vakantie gaan heeft, net als verantwoord
consumeren, niet alleen beperkt effect – er is altijd een andere
toerist of consument om jouw plaats in te nemen – maar is in dit geval
ook nog eens ongewenst. Minder toerisme bedreigt immers het
voortbestaan van veel eilandbewoners op de korte termijn. Ik betwijfel
85 of dit is wat de Lonely Planet bedoelt wanneer ze de Malediven
beschrijft als “de wereld op een eiland”, maar het is een wrange
allegorie. Voor zover we in een eindtijd leven, is deze puinzooi de
illustratie ervan. (9) Een deel van de wanhoop komt voort uit het
ogenschijnlijke gebrek aan alternatieven. Ja, het is verschrikkelijk,
90 maar wat gaan we eraan doen? De Brit Mark Fisher noemt dit capitalist
realism : doordat het kapitalisme in zijn huidige vorm als enig
levensvatbaar economisch model wordt gezien, is er
geen andere realiteit. Daarmee is het ook de grens van onze
95 verbeelding, net als Žižek betoogt: we kunnen ons momenteel alleen het
En volgens de logica van de vrije markt hebben ze het zelf gewild.